Luister live naar Thomas a Kempis
Meer dan 560 keer beluisterd deze maand
Thomas a Kempis (eigenlijk Thomas van Kempen of Thomas Hemerken of Haemerken, letterlijk "hamertje"; Kempen in Keur-Keulen, ca. 1380 – Zwolle, 1 mei 1471[2]) was een middeleeuws augustijner kanunnik, kopiist, schrijver en mysticus. Hij was lid van de spirituelebeweging van de Moderne Devotie en een volgeling van Geert Grote en Florens Radewijns, de stichters van de congregatie der Broeders des Gemenen Levens.
Leven
Thomas werd geboren in Kempen, nabij Krefeld, als zoon van Jan Hemerken, een smid, en Gertrude Hemerken, een onderwijzeres. De metonymische beroepsnaam (kleine hamer) verwijst naar het beroep van zijn vader, die smid was.[3] In 1393 werd Thomas naar de Latijnse school in Deventer (het centrum van de Moderne Devotie) gestuurd, die nauwe banden had met de Broeders van het Gemene Leven. Zijn broer Johannes was hem daar reeds voorgegaan, maar deze bleek al enige tijd te vertoeven in de recent gestichte Congregatie van Windesheim. Zijn broer bezorgde Thomas wel een introductiebrief voor de superior van de Broeders van het Gemene Leven te Deventer, Florens Radewijns. Thomas werd te Deventer goed ontvangen en volgens de leer van de Moderne Devotie van Geert Grote opgeleid. Hij verbleef zeven jaar in de Hanzestad Deventer en logeerde in het huis van Radewijns, onder wiens directe invloed hij stond.
Tijdens zijn studies bleek hij heel vaardig in het kopiëren van manuscripten. Daarna vestigde hij zich als een succesvol kopiist en kon zo zichzelf onderhouden. Later trad hij toe tot de reguliere augustijner kanunniken in de priorij van het Bergklooster op de Sint-Agnietenbergnabij Zwolle, waar zijn broer hem reeds was voorgegaan en prior was geworden. Hij werd tot priester gewijd in 1413 en werd subprior in 1429.
Thomas a Kempis behoorde tot de school van mystici die verspreid waren langs de Rijn van Zwitserland tot Straatsburg, Keulen en in de Nederlanden. Hij leidde een rustig leven, afgezien van de opschudding rond de weigering van de paus om Rudolf van Diepholt te erkennen, die tot bisschop te Utrecht was verkozen. Hij verdeelde zijn tijd tussen het opdragen van het Misoffer in de hem toegewezen kapellen, biechthoren, devotie-oefeningen, schrijven en kopiëren. Het schijnt dat de uitdrukking "met een boekje in een hoekje" (In omnibus requiem quaesivi et nusquam inveni nisi in angulo cum libro)[4] van hem afkomstig is; in elk geval was deze zeker op hem van toepassing.
Op 11 november 1897 werd een monument voor hem onthuld in de (niet meer bestaande) Michaëlkerk aan de Roggestraat in Zwolle, in het bijzijn van de aartsbisschop van Utrecht.
